Waar ging het over
Bij de werkzaamheden zouden onder andere een elektrische mobiele graafmachine, midigraver, knikmops, bandenzaag en trilplaat/stamper worden ingezet. De aannemer beschikte al over dit materieel en gebruikte het ook daadwerkelijk. De rechtbank beschouwt het elektrische materieel in dit geval als standaardmateriaal en onderdeel van het project.
Wat de rechter zegt
Daarmee is een belangrijk punt gemaakt:
Elektrisch materieel is niet per definitie een mitigerende maatregel alleen omdat de inzet ervan leidt tot minder stikstofemissie.
Dat sluit ook steeds beter aan bij de praktijk die ik als stikstofadviseur zie. Elektrisch materieel wordt niet uitsluitend voor één specifiek stikstofgevoelig project ingehuurd of aangeschaft. Steeds meer aannemers hebben elektrische werktuigen al in hun reguliere materieelpark en zetten deze standaard in waar dat technisch mogelijk is.
En juist dát onderscheid kan juridisch relevant worden.
De nuance die erbij hoort
Wel een belangrijke nuance: dit is geen vrijbrief om in iedere AERIUS-berekening simpelweg uit te gaan van elektrisch materieel. In deze zaak was vooraf per type materieel en per aantal draaiuren aangegeven welk materieel elektrisch zou worden ingezet. De inzet is bovendien juridisch geborgd in de omgevingsvergunning.
Wat dit betekent voor de praktijk
Voor de praktijk betekent dit wat mij betreft: kijk niet alleen naar de emissie van een werktuig, maar ook naar de positie ervan binnen het project. Is elektrisch materieel daadwerkelijk onderdeel van de normale bedrijfsvoering en projectuitvoering? Dan kan dat een wezenlijk andere beoordeling opleveren dan wanneer elektrisch materieel uitsluitend wordt ingezet om een stikstofeffect weg te rekenen.
Een interessante ontwikkeling om te volgen, zeker nu het elektrische materieelpark bij steeds meer bedrijven onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk.